Extra proteïne in je portefeuille

Volgens de klassieker “One up on Wall Street” van Peter Lynch kun je kansrijke aandelen ontdekken door gewoon goed op te letten in het dagelijks leven. Dat ben ik gaan doen en ik zag opeens overal proteïne…

Af en toe lees ik een beleggingsklassieker. “One up on Wall Street” van Peter Lynch is nu aan de beurt. Lynch is, niet geheel verrassend, nogal dol op aandelen die na aankoop tien keer zoveel waard worden: zogenaamde “tenbaggers”. De eerste stap om die te vinden is kijken wat jij en je vrienden kopen in het dagelijks leven. Als je ziet dat een bepaald merk of product populair is, kun je een succesvol bedrijf vaak eerder identificeren dan “Wall Street”.

“An amateur investor can pick tomorrow’s big winners by paying attention to new developments at the workplace, the mall, the auto showrooms, the restaurants, or anywhere a promising new enterprise makes its debut.”

Zo was Lynch ooit zeer onder de indruk van een burrito van Taco Bell op een zakenreisje, en op een ander reisje van de koffie bij Dunkin’ Donuts (smaken verschillen). Veel vrienden reden in een Volvo, veel mensen hadden spullen van Apple, Microsoft en Cisco waren ook al overal te zien, en ga zo maar door. Een slokje koffie nemen bij Dunkin’ Donuts is volgens Lynch al een vorm van fundamentele analyse.

Dit zijn natuurlijk allemaal bedrijven waarvan de aandelen keer tien zijn gegaan (in ieder geval toen het boek werd geschreven).

Het geld ligt op straat

Lynch zegt er wel bij dat het pas na die eerste observatie begint. Daarna volgt het huiswerk. Hoeveel van de omzet komt eigenlijk uit dat interessante product? Hoe zit het met de schulden, de marges en de waardering?

Toch klinkt het een beetje simplistisch. Maar goed, Lynch’ resultaten zijn ietsje beter dan de mijne: met zijn Magellan Fund haalde hij van 1977 tot 1990 gemiddeld 29,2% rendement per jaar. Dus wie ben ik?

Met dit in gedachten keek ik eens goed om me heen, te beginnen in de supermarkt. Wat direct opviel, is dat er van bijna alles wel een versie met proteïne is: kwark, repen, drankjes, maar ook pannenkoeken, chips, koffie, muesli, bier, crackers, ijs en smeerkaas. Tijd voor verder onderzoek!

De markt is pro(teïne)

De vraag naar proteïne komt niet alleen uit de sportschoolhoek, maar ook van gebruikers van afvalmedicijnen zoals Ozempic, Wegovy en Mounjaro. Een deel van het gewichtsverlies bestaat namelijk uit spiermassa, en om dat aan te vullen heb je eiwitten nodig.

Het grootste merk eiwitpoeder (vaak op basis van wei) blijkt Optimum Nutrition te zijn, van het ook in Londen genoteerde Glanbia.

Toen ik ook nog las dat de prijs van wei-eiwit in één jaar ruim is verdubbeld, nam mijn enthousiasme toe. Dit wordt een tenbagger! De waarderingen, vooruitzichten en cijfers zijn redelijk. Het aandeel is dit jaar wel al zo’n 40% gestegen, maar dat wil ik wel over het hoofd zien als het keer tien gaat.

Tenbagger of gewoon bagger?

Maar opeens slaat de twijfel toe. In datzelfde boek waarschuwt Lynch namelijk voor “hot stocks in hot industries”. Hij houdt juist van saaie bedrijven in saaie sectoren, waar geen analist naar omkijkt. En is proteïne niet juist zo’n hot industry? Is alles niet al ingeprijsd?

Ik houd het in de gaten, maar voorlopig ga ik ervan uit dat ik met een maandelijkse portie breed gespreide ETF’s genoeg proteïne binnenkrijg en geen supplement nodig heb. De zoektocht naar een tenbagger gaat verder.

Of werkt de methode van Lynch überhaupt niet meer in een tijd waarin hedgefondsen satellietbeelden van parkeerplaatsen analyseren en elke trend binnen een dag viraal kan gaan op TikTok?

Volgende
Volgende

De nieuwe Bitcoin is er. Maar je bent al te laat.