Het wordt alleen maar erger voor beleggingsfondsen
De opkomst van AI zou mogelijkheden moeten bieden voor actief gemanagede beleggingfondsen. Maar ook dit jaar lukt het de meeste beleggingsfondsen niet om de index te verslaan. En er is nog een nieuwe, structurele tegenwind bijgekomen die het actieve managers nog lastiger maakt….
Actief beheerde beleggingsfondsen presteren al jaren slechter dan (passieve) ETF’s. Maar ook op dit vlak zou AI verandering kunnen brengen, was de gedachte.
Door AI worden namelijk extreme winnaars en verliezers gecreëerd, waardoor de verschillen tussen de performance van aandelen groter worden en aandelenselectie belangrijker is.
Stel bijvoorbeeld dat er een index is met 2 aandelen en ze allebei (en dus ook de index) met 2% stijgen; dan maakt het niet uit welke aandelen je selecteert. Maar als deze index 2% stijgt, maar het ene aandeel 30% stijgt en het andere 26% daalt, dan is het verschil tussen het beste aandeel en het slechtste aandeel en de index nogal groot.
En de ondanks statistisch significant tegenbewijs altijd optimistische beleggingsfondsmanagers zien hierin een kans - immers, zij weten vast wel de juiste aandelen te selecteren.
2026 zou om deze reden eindelijk weer “the year of the stock picker” worden, want “the environment strongly favors active management over passive!”
Reality check (mate)
Update 30 juni 2026 (geluid van krassende naald over een plaat): maar 27% van de actief beheerde Amerikaanse aandelenfondsen (large cap) versloeg de passieve benchmark-index in de twaalf maanden tot 30 juni. En voor de laatste 10 jaar ligt dat percentage nu op slechts 13%.
De race tussen passief en actief beleggen begint behoorlijk saai te worden.
De toekomst ziet er ook niet rooskleurig uit, want uit recent onderzoek dat op Morningstar wordt aangehaald blijkt dat er een nieuw obstakel is bijgekomen, waardoor de markt verslaan nog moeilijker geworden is.
Actieve managers konden namelijk altijd nog hoop putten uit een ander onderzoek uit 2009 waaruit bleek dat hoe actiever een beleggingsfonds was, des te groter de kans was dat een fonds toch de index zou verslaan. Dit werd gemeten door de zogenaamde “active share” van een fonds; de mate waarin de aandelenposities afwijken van de aandelenposities (en wegingen) van de benchmark index. Dus een grotere “active share” betekende een grotere kans om de markt te verslaan.
Ook deze strohalm wordt nu echter onderuit gehaald. Fondsen met een hogere “active share” doen het sinds 2010 namelijk juist slechter.
Slachtoffer van eigen gebrek aan succes
De verklaring is niet dat managers slechter zijn geworden, maar is, wrang genoeg, ook een gevolg van het succes van ETF’s ten opzichte van beleggingsfondsen. Dit werkt als volgt:
Het geld uit actieve fondsen stroomt (al jaren) naar passieve fondsen, waardoor actieve managers gedwongen worden om hun afwijkende (dus hoge-active-share) posities te verkopen, terwijl de passieve instroom precies díé aandelen koopt die in de index zwaar wegen. Dat proces drukt de koersen van de "actieve" posities en steunt de koersen van de "index-zware" posities. Dit heeft dus niets te maken met de kundigheid van de fondsmanagers. Maar omdat er al sinds 2015 elk jaar meer geld uit beleggingsfondsen weggehaald wordt, is dit inmiddels wel een soort structurele, zichzelf versterkende tegenwind waardoor actief fondsbeheer nog moeilijker wordt.
Of hierdoor kapitaal op de meest efficiënte wijze gealloceerd wordt, is een interessante maar voor de meeste beleggers vooral theoretische discussie. Veel beleggers vinden rendement belangrijker dan klimaat, dan zal “efficiënte kapitaalallocatie”, als het ten koste gaat van rendement, ze al helemaal niet interesseren. En op het gebied van rendement betekent dit laatste onderzoek dat de kans alleen maar nog groter is dat 2026 weer niet het jaar van de actieve fondsmanager wordt.
Ik durf zelfs al te voorspellen dat 2020-2030 weer niet het decennium van de actieve fondsmanager zal blijken te zijn.